Oefeningen

Oefening 1

1. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

2. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

3. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

4. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

5. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

6. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

7. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

8. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

9. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

10. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

11. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

12. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

13. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

14. Welke noot bevindt zich op het vraagteken?

 

Oefening 2

1. Speel de noot op de g-snaar.

2. Speel de noot f op de d-snaar.

3. Speel de noot op de d-snaar.

4. Speel de noot op de d-snaar.

5. Speel de noot op de g-snaar.

6. Speel de noot d# op de g-snaar.

7. Speel de noot gb op de d-snaar.

8. Speel de noot op de a-snaar.

9. Speel de noot op de e-snaar.

10. Speel de noot eb op de a-snaar.

11. Speel de noot f# op de a-snaar.

12. Speel de noot e op de twee plaatsen op de e-snaar.

 

Oefening 3

1. Speel de noot f op vier plaatsen op de hals. Plaats de noten niet verder dan het twaalfde vak.

2. Speel de noot b op vier plaatsen op de hals. Plaats de noten niet verder dan het twaalfde vak.

3. Speel de noot c# op vier plaatsen op de hals. Plaats de noten niet verder dan het twaalfde vak.

4. Speel de noot a op vijf plaatsen op de hals. Plaats de noten niet verder dan het twaalfde vak.