Tekst

In dit blok wordt uitgelegd waar alle noten zich op de ukulele bevinden.
Er wordt gewerkt vanuit de standaard stemming voor sopraan-, concert- en tenorukuleles en banjolele. Aan het einde van dit hoofdstuk, bij Extra informatie, wordt dieper ingegaan op de stemming van baritonukuleles. De basukulele kan de informatie van de basgitaar overnemen. Bij Extra informatie vind je tips hoe je de noten van alle soorten ukuleles snel in kunt studeren.

De ukulelehals wordt weergegeven als een schema en wordt bekeken vanuit het perspectief wanneer je de ukelele op de rug op je schoot legt. Je krijgt dan onderstaand schema: 

Let op: de g-snaar is de dikste snaar, de a-snaar is de dunste snaar.

Je kunt de vakken in dit schema invullen met noten, geschreven in letters.
We starten met de stamtonen.

Wanneer je de ukulelehals invult met stamtonen blijven er open vakken over.
Deze worden ingevuld met verhogingen of verlagingen van de stamtonen.

Noten kunnen verlaagd of verhoogd worden. Wanneer een stamtoon een halve toon verlaagd wordt, krijgt deze noot een molteken (b) achter de stamtoon.
Voorbeeld: de noot d wordt een halve toon verlaagd. Deze noot wordt geschreven als db.

Nu kunnen de nog open vakken op de ukulelehals ingevuld worden met verlaagde stamtonen.

Wanneer een stamtoon een halve toon verhoogd wordt, krijgt deze noot een kruisteken (#) achter de stamtoon.
Voorbeeld: de noot d wordt een halve toon verhoogd. Deze noot wordt geschreven als d#.

Nu kunnen de nog open vakken op de ukulelehals ingevuld worden met verlaagde stamtonen.

Je ziet nu dat noten die op dezelfde plaats voorkomen, verschillende namen kunnen hebben.
Voorbeeld: Het eerste vak op de s-naar heeft in het schema met verlaagde stamtonen de naam db, en in het schema met verhoogde stamtonen de naam c#. Wanneer welke benaming wordt gebruikt wordt uitgelegd in het stappenplan.