Antwoorden

1. Het interval 2.

2. Het interval 5.

3. Het interval 6.

4. Het interval 7.

5. Het interval b3 en het interval #2.

6. Het interval b6 en het interval #5.

7. Het interval 7.

8. Het interval 2. Wanneer je het vraagteken naar beneden octaveert door twee vakken naar rechts (in de richting van de body) en twee snaren omlaag (in de richting van de dikste snaar) te schuiven vind je daar het interval 2 en weet je dat het gevraagde ook het interval 2 is.

9. Het interval 4. Wanneer je het vraagteken naar beneden octaveert door twee vakken naar rechts (in de richting van de body) en twee snaren omlaag (in de richting van de dikste snaar) te schuiven vind je daar het interval 4 en weet je dat het gevraagde ook het interval 4 is.

10. Het interval 7. Wanneer je het vraagteken naar beneden octaveert door twee vakken naar rechts (in de richting van de body) en twee snaren omlaag (in de richting van de dikste snaar) te schuiven vind je daar het interval 7 en weet je dat het gevraagde ook het interval 7 is.

11. Het interval b2. Wanneer je het vraagteken naar beneden octaveert door twee vakken naar rechts (in de richting van de body) en twee snaren omlaag (in de richting van de dikste snaar) te schuiven vind je daar het interval b2 en weet je dat het gevraagde ook het interval b2 is.

12. Het interval b2. Wanneer je het vraagteken naar beneden octaveert door twee vakken naar rechts (in de richting van de body) en twee snaren omlaag (in de richting van de dikste snaar) te schuiven vind je daar het interval b2 en weet je dat het gevraagde ook het interval b2 is.

13. 

      2            
      6           
      3          
      7            


14.

   1                
  5                
  2              
  6                 


15.

     1             b3                
         b7         
        4        
         1