Toepassing

'Hoe pas jij de methode toe in je spel? Denk je per akkoord in een toonladder bijvoorbeeld?'

Ik pas de methode toe in mijn spel tijdens improvisatie. Voor mij is iets improvisatie wanneer je het ter plekke verzint. Dat kan ook het toevoegen van extra noten in een bestaand gegeven zijn.

Daarnaast gebruik ik de methode om de melodie in mijn hoofd te vertalen naar mijn instrument. Omdat een melodie uit een reeks intervallen bestaat en ik deze in, ongeacht toonsoort, op de hals kan zien liggen, maakt dat het voor mij makkelijker om direct te spelen wat ik in gedachten heb. 

Ik denk per akkoord in een toonladder. Dat doe ik om verschillende redenen. De eerste reden is dat je op die manier de intervallen altijd ten opzichte van de grondtoon (van het op dat moment gespeelde akkoord) ziet liggen. Daardoor word je je bewust van de klank die een interval geeft in een akkoord. Zo kun je per toonladder ervoor kiezen om het interval dat deze toonladder karakteristiek maakt wel - of juist niet - te spelen. 
De tweede reden is dat het het spelen over uitzonderingen gemakkelijker maakt. Wanneer je een uitzondering ziet, verander je de intervallen uit de bijbehorende toonladder ten opzichte van het akkoord. Wanneer je altijd denkt in de bijbehorende toonladder, hoef je alleen nog maar te denken aan de veranderingen. 

In onderstaande video laat ik zien hoe ik de toonladders gebruik tijdens het spelen. 

Het schema dat ik daarvoor heb gebruikt is oefening 7 van hoofdstuk 4.3. Het schema is in de video in zijn geheel een halve toon lager. 

Allereerst zie je, vanaf 0.21, hoe de sticker verschuift per grondtoon.
Je ziet dat ik mijn vingerzetting aanpas aan de vinger waarop ik de grondtoon speel. Zo zie je vanaf 0.31 dat ik de Bb-toonladder vanuit mijn middelvinger speel, de Db-toonladder vanuit mijn wijsvinger, de F-toonladder vanuit mijn pink en de Eb-toonladder met mijn middelvinger.
Tijdens het spelen denk ik altijd verder, naar de volgende grondtoon. Op 0.350.400.42 en 0.44 zie je dat ik naar deze volgende grondtoon toe speel.
Ook gebruik ik de sticker om over de gehele hals te spelen. Dit doe ik door de grondtoon op verschillende plaatsen op de hals te zien liggen. Wat ik speel op 0.47 is hier een voorbeeld van.
Daarnaast kan ik er, zoals op 0.54 en 0.59, ook voor kiezen om een andere akkoordtoon dan de grondtoon te gebruiken als eerste noot van de maat.
Ook kan ik akkoorden spelen, zoals ik vanaf 1.02 doe.

Door de methode op deze manier te gebruiken in mijn spel creëer ik voor mezelf veel vrijheid, overzicht en inzicht. Daarnaast heb ik mezelf geprikkeld om te wennen aan het geluid dat de andere toonladders mij geven doordat ik deze door de analyse van uitzonderingen kon gaan toepassen. Toen ik eenmaal gewend was aan het geluid ging ik deze toonladders als vanzelf gebruiken in mijn spel en heb ik zo een hoop nieuwe mogelijkheden gekregen en daardoor weer extra inspiratie.

Nu wil ik wel nog gezegd hebben dat improvisatie niet enkel uit melodie bestaat, maar ook uit ritme. Dat is een onderdeel dat in deze methode (nog) niet aan bod komt. Zoals ik al eerder heb gezegd is deze methode bedoeld om je te helpen bij het vinden van mooie noten. Waar en wanneer je die speelt is aan jezelf.